De afgelopen maanden werkten we bij RBConnect intensief aan de afronding van een groot project voor het Ministerie van Economische Zaken over de vraag hoe bedrijven duurzaamheidswetgeving meer in samenhang kunnen implementeren. Daarover later meer want het project verdient een eigen verhaal.
Maar één inzicht kwam tijdens het traject steeds opnieuw bovendrijven: maatschappelijk verantwoord ondernemen doe je nooit alleen.
Samenwerking bleek telkens weer de sleutel. Samenwerking binnen bedrijven, tussen afdelingen die elkaar niet altijd vanzelfsprekend weten te vinden. Maar ook samenwerking binnen sectoren, in ketens, met leveranciers, maatschappelijke organisaties en andere stakeholders die soms andere belangen of perspectieven hebben, maar wel nodig zijn om echte verandering mogelijk te maken.
Dat inzicht deed mij terugdenken aan een bijzonder project dat RBConnect eerder dit jaar afrondde voor drie natuursteenbedrijven en Arisa (een maatschappelijke organisatie gericht op Zuid-Azië) in het kader van het TruStone Convenant. De vraag aan ons was om de belangrijkste lessen te destilleren uit vijf jaar intensieve samenwerking gericht op het verbeteren van de werkomstandigheden in de natuursteenketen in India.
Bijzonder voor ons was dat we aan het begin van dat traject – vijf jaar geleden – óók betrokken waren geweest. Destijds maakten we een assessment van waar de bedrijven stonden op het gebied van human rights due diligence. Vijf jaar later keerden we terug en spraken we opnieuw met de drie bedrijven uit Nederland en Vlaanderen, hun Indiase toeleveranciers, Arisa en hun Indiase maatschappelijke partners. Het was een mooie kans om te zien wat het traject daadwerkelijk had opgeleverd.
En ook hier bleek samenwerking de rode draad.
Bijvoorbeeld tussen concullega’s in de sector. Geen concurrentie op duurzaamheid, maar juist gezamenlijk optrekken. Dat bleek ook noodzakelijk, want alleen samen ontstond voldoende leverage richting Indiase leveranciers om daadwerkelijk verbeteringen bespreekbaar te maken.
Minstens zo belangrijk was de samenwerking mét die Indiase leveranciers. Vaak waren er al jarenlange relaties opgebouwd. Daardoor was er vertrouwen en ruimte voor een open gesprek. De bedrijven gooiden hun eisen niet simpelweg “over de schutting”, maar gingen samen met hun leveranciers op zoek naar verbeteringen. Ze maakten daarbij ook duidelijk dat betere werkomstandigheden niet alleen goed zijn voor werknemers, maar uiteindelijk ook voor de bedrijven zelf bijvoorbeeld door minder ziekteverzuim en minder verloop van personeel.
Ook de samenwerking met maatschappelijke organisaties bleek cruciaal. Organisaties die kritisch kunnen zijn, en dat soms ook moeten zijn. Maar juist hun pragmatische aanpak, hun kennis van lokale omstandigheden en de combinatie van organisaties in Europa én India zorgden ervoor dat vertrouwen ontstond tussen alle betrokken partijen.
Misschien was dat uiteindelijk wel de belangrijkste les van allemaal: vertrouwen.
Want juist door die samenwerking en het opgebouwde vertrouwen gingen partijen door toen het ingewikkeld werd. Ook toen veranderingen traag gingen of culturele verschillen of economische belangen begonnen te botsen. Die samenwerking zorgde ervoor dat betrokkenen niet afhaakten zodra het lastig werd.
Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk gaat het daar vaak mis.
Juist daarom blijft dit project mij bij. Omdat het laat zien dat duurzaamheidsvraagstukken uiteindelijk niet alleen draaien om regels, audits of rapportages maar vooral om relaties.
Je kan hier meer lezen over dit bijzondere project.